Suck It And See – F the C * deel 2

IMG_9214Donderdagochtend, 20 juni 2013. Ik breng dochter Doris naar school en fiets meteen door naar het SFG (ziekenhuis). Om 08.45 uur verwachten ze mij daar op de afdeling Mammacare. Ik ga alleen, want het is vroeg.

Na een kwartier komt er een zuster de wachtkamer binnen lopen: “Mevrouw Nootenboom, komt u mee?” De jurk en bh gaan uit. “Ja, ik voel het zeer duidelijk in de borst, niets in de oksel, gaat u maar door voor een mammografie.” Ook daar moet ik even wachten, voordat mijn borst geplet gaat worden tussen twee glazen platen. Pijnlijke pannenkoek! Mart (mijn man) komt ook aan. We wachten samen nog even en dan mag ik binnenkomen voor een echo. Weer uitkleden en met een apparaat gaat de vrouwelijke arts over mijn borst. En dan door naar mijn oksel. Ik zie dat ze een plekje aanklikt met haar muis en dan weet ik eigenlijk al genoeg. Toch vraag ik zo nonchalant mogelijk, maar met een piepstemmetje: “Is alles goed?” De arts schiet vol en schudt haar hoofd. Nee, het is niet goed. Er moet een punctie genomen worden van een tumor (!) in mijn borst en nog een (!) in mijn oksel. “Bent u alleen gekomen mevrouw?” Nee, mijn man wacht buiten. “Die gaan we voor u halen.”

En wat gaat er dan door je heen, op zo’n moment? Ik weet het niet eens meer. Denk dat het te veel is om ernaar terug te kunnen grijpen. De arts maakt een kleine incisie in mijn borst en haalt met een soort tangetje een stukje tumorweefsel weg. Daarna volgt de punctie in de oksel, die zeer pijnlijk is, want niet verdoofd kan worden.

We kunnen een uur in het ziekenhuis wachten om er zeker van te zijn dat het kanker is, door de punctie kunnen ze dat zeer snel aantonen.

Het woord kanker spreekt iedereen op een fluisterende toon uit, als het om de ziekte gaat. Het scheldwoord kanker gebruiken mensen luid en duidelijk. Groot verschil. Later blijkt ook dat velen het niet kunnen of durven uitspreken. Ikzelf doe dat wel, maar zelfs voor mij blijft het ongemakkelijk.

We bestellen koffie in de kantine, lopen naar buiten en weten niet wat te zeggen. Wat we wel weten is dat het menens is. De eerste zenuw-shag wordt gerookt.

Na 1,5 uur zitten we weer in het kamertje waar ik mijn eerste onderzoek kreeg. “Ja, mevrouw Nootenboom, het spijt mij u dit te zeggen, maar u heeft borstkanker.” De arts kijkt mij door zijn bril indringend aan. Gelukkig is daar de drilboor die het ziekenhuis aan het verbouwen is en hoor ik er bijzonder weinig van. Nog een poging; “ Ja, mevrouw, het is borstk….” weer de drilboor. “Wij zullen u moeten opere….” jawel, de drilboor. De chirurg vraagt zijn assistent of we in een andere kamer kunnen gaan zitten. Het lijkt op een sketch uit Jiskefet.

Aangekomen in kamer twee (de drilboor nog steeds op de achtergrond) vervolgt de arts zijn verhaal. Borstkanker, operatie, chemotherapie, immunotherapie en zeer waarschijnlijk bestraling. Ik huil en denk: wat een idioot, dat hij mij dit even vertelt! Kanker? Weet je wel hoe oud ik ben? Of eigenlijk hoe jong. Dat ik een kindje heb van 4. Dit bericht, NU! Serieus!?

Na uitleg over behandelingen en procedures en MRI-scans en weet ik veel wat nog meer sluit de arts af met de woorden: “Kop op mevrouw, u kunt nog beter worden.” Ok dan, dat is een fijne opsteker, bedankt! We maken afspraken voor de volgende dag: een CT, een MRI, een botscan. Allemaal om te kijken of er geen uitzaaiingen zijn.

De begeleidende doktersassistente is een lieverd, dat helpt. Zij geeft een goede uitleg over de onderzoeken van morgen en drukt mij op het hart dat dit een vreselijke pech-ziekte is. Het schiet door je hoofd: heb ik te losbandig geleefd? Te veel drank en sigaretten? Meer moeten bewegen? Gezonder moeten eten? Ze is zeer stellig: dit had ik op geen enkele manier kunnen voorkomen. We ronden het gesprek af, gaan bloedprikken en dan naar huis. NAAR HUIS, dat maakt het nog echter. Dan moet het nieuws de wereld in.

We fietsen, komen thuis en huilen. We drinken thee op het balkon en kunnen elkaar niet eens aankijken. Het is te pijnlijk en we zijn te bang. Ik moet m’n ouders bellen. Eerst m’n moeder, een paar keer. Neemt niet op. Dan m’n vader. “Pap, ik kom net uit het ziekenhuis en het is niet goed.” Hij lacht nerveus; “Hoezo niet goed?”. Stilte. “Ik kom er nu aan.” Er gaat een uur, anderhalf uur voorbij. Ik kijk wat op mijn telefoon en loop zenuwachtig door het huis.

Ik breek zodra m’n ouders binnen stappen. Een uitleg volgt, al ben ik zelf eigenlijk de helft vergeten. Naar mijn vader kijkend dringt het ineens tot me door. Als ik uitzaaiingen blijk te hebben, dan ga ik dood. Niet meteen, maar uiteindelijk wel. Haal ik überhaupt mijn 40ste verjaardag?

Doris is inmiddels ook thuisgebracht. In het ziekenhuis werd ons meteen aangeraden om open en eerlijk tegen haar te zijn en niets te verzwijgen. Kinderen zien en voelen alles en dat kan alleen maar nadelige gevolgen hebben als er geen openheid is.

We vertellen dat ik ziek ben en ze reageert met een paar vragen, maar gaat ook snel weer spelen. Daarna kan ik alleen nog maar naar haar kijken. Hoe ze een mooie tekening maakt, een liedje zingt, uit haar beker drinkt en knabbelt op een koekje. Ze is mijn mooie meisje en ik hoop zo dat ik haar nooit los hoef te laten, dat groot verdriet wegblijft, en mocht het toch komen, dat ik daar ben om haar te helpen, te troosten, haar mama te zijn.

Soundtrack; Suck It and See – Arctic Monkeys

suck


			

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s